Suze Robertson was een tijdgenoot van Vincent van Gogh. Net als Vincent in zijn Brabantse dagen, schilderde zij het boerenleven en de sociale ontberingen. Destijds werd ze beschouwd als zijn gelijke. Professor August Allebé, directeur van de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten Amsterdam zei eind 19e eeuw: “De schilderijen van Suze Robertson lijken te zijn geschilderd door een vrouw in opstand, echt emotioneel en moedig.” En iets later noemde Charley Toorop haar “de belangrijkste vrouwelijke schilder van de 19e eeuw”.
Haar werken van eenvoudige mensen in boerderij-interieurs en ruige scènes van het boerenleven doen denken aan Van Goghs vroege werk zoals De Aardappeleters en er wordt gezegd dat ze elkaars werk bewonderden.

Fotograaf onbekend

Leven en werk
Suze Robertson werd op 17 december 1855 in Den Haag geboren als jongste in een gezin met negen kinderen. Haar vader was van Schotse afkomst. Haar moeder stierf toen ze twee was en ze werd opgevoed door haar oom en tante, die haar naar kostschool Elise van Calcar in Wassenaaer stuurden. Twijfelend of ze een carrière in muziek of schilderkunst zou kiezen, koos ze uiteindelijk voor het laatste. Tijdens haar studie in Den Haag waren haar leeftijdsgenoten o.a. George Hendrik Breitner, Wally Moes en Willem de Zwart die aan dezelfde academie studeerden. Gedurende haar studententijd vocht ze voor de rechten van vrouwen om dezelfde kwaliteit van onderwijs te krijgen als de mannelijke studenten, inclusief studies van het naakte lichaam, wat destijds als ongepast werd beschouwd voor vrouwen. In Rotterdam veroorzaakte dit een behoorlijk schandaal. Tijdens haar laatste jaren als avondstudent in Amsterdam verdiende ze haar brood door tekenlessen te geven op een middelbare school voor meisjes. Op de Rijksacademie in Amsterdam kreeg ze te horen dat ze zich moest focussen op bloemstillevens, maar ze kwam in opstand en mocht daarna al snel met modellen werken.
Toen ze klaar was met haar opleiding, verhuisde ze naar het zuiden om te werken in verschillende dorpen in Noord-Brabant.
In 1892 trouwde ze met Richard Bisschop, een Nederlandse schilder van kerkinterieurs. Na de geboorte van hun dochter Sara vestigden ze zich in het Noord-Brabantse dorp Leur (nu Etten-Leur), waar ze hun dochter opvoedden. Van 1895-1898 woonden ze in ruil voor tekenlessen in een huis van Hendrik Dolk, de mededirecteur van een suikerfabriek. In deze periode schilderde Suze enkele opmerkelijke portretten van hun oppas Petronella (‘Pietje’) Prins. Tot haar dochter negen jaar was, combineerde ze het moederschap met schilderen. Toen werd Sara naar een gastgezin gestuurd en Suze Robertson begon met hernieuwde energie aan haar kunst. De jaren vanaf 1900 waren haar meest productieve.
Behalve in Etten-Leur werkte ze ook in Dongen, het Gooi (Blaricum, Laren), Harderwijk, Katwijk en in andere plaatsen.
Ze ontwikkelde een geheel eigen, vrij expressieve stijl. Haar palet is vrij donker; ze hield van de aardkleuren. Ze gebruikte een brede en sterke penseelstreek en vaak donkere lijnen. Haar werk – vaak interieurs met vrouwen en kinderen die bezig zijn met dagelijkse dingen – straalt een zekere melancholie uit. Haar schilderijen getuigen van hard werken, armoede en ontberingen.
Zij stierf op 18 oktober 1922 in Den Haag.

Beroepsopleiding
1874-1876 studeerde aan de Academie van beeldende kunsten (Den Haag).
1877 Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam om het modeltekenen te verbeteren.
1880-1882 privéles van Petrus van der Velden.
1882-1883 voltooide haar professionele opleiding aan de Rijksacademie Beeldende Kunsten te Amsterdam.

Tentoonstellingen en prijzen
1900 – Bronzen medaille op de internationale tentoonstelling in Parijs.
1900 – Gouden medaille op de Internationale tentoonstelling van vrouwenarbeid, Londen.
1904 – Gouden medaille op de tentoonstelling in Arnhem.
1909 – Larense Kunsthandel, Laren, samen met haar dochter Sara, die grafische kunst maakte.
1921 – Ere-tentoonstelling in Pulchri Studio in Den Haag.
2020 Tentoonstelling in het Van Gogh Huis te Zundert.
Werken van Suze Robertson zijn te vinden in verschillende Nederlandse musea en in privécollecties.

Bronnen
– Jacobs P., 2000, Beeldend Benelux. Tilburg, Studiecentrum voor Beeldende kunst.
– Klarenbeek, H., 2012, Penseelprinsessen & broodschilderessen, Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913. Bussum, uitg. Toth.
– Leeuwen, A. van, 2019, Next to Van Gogh, Suze Robertson & Marlene Welten. Catalogue of the exhibition in the Van Gogh House, Zundert.
– RKD – Netherlands Institute for Art History, The Hague.

 

Slapend meisje
Olieverf op doek
77.5 x 60 cm
rechtsonder gesigneerd, ca. 1889
Kunstmuseum Den Haag
Foto: Kunstmuseum Den Haag.

 

 

 

 

 

Vischpoort Harderwijk, 1908
Olieverf op doek
89 x 106.5 cm
Singer Museum, Laren.

 

 

 

 

 

 

 

Boerenvrouw die aardappelen schilt, s.d.
Olieverf op doek
26.2 x 21 cm.
Rijksmuseum, Amsterdam.

 

 

 

 

 

Interieur met aardappelschillende vrouw, s.d.
olieverf op doek
56.5 x 49.5 cm
privé collectie.

 

 

 

 

 

 

‘Pietje’ met goud
ca. 1900
Olieverf met goud
Gouda Museum.